Steunpunt Archeologie en Monumenten Utrecht

Modernisering Monumentenzorg (MoMo)


Modernisering Monumentenzorg - algemeen


Onder de titel "Een lust, geen last" is in 2007 het visiedocument van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitgebracht. Dit heeft in 2009 geresulteerd in de Beleidsvisie Modernisering Monumentenzorg van minister Plasterk. Met de daarin verwoorde moderniseringsplannen heeft de Tweede Kamer in november 2009 mee ingestemd.

Waarom moderniseren?

Sinds het ontstaan van de Monumentenwet in het begin van de twintigste eeuw is er veel veranderd. Het huidige monumentenbeleid is daarom aan vernieuwing toe. Zo is volgens de beleidsvisie: " het huidige stelsel te weinig ingesteld om gebiedsgericht werken te ondersteunen, wordt het gezien als hindermacht en zijn er klachten over een te hoge administratieve lastendruk". De monumentenzorg is op dit moment vooral gericht op behoud en bescherming. Het streven van de Modernisering Monumentenzorg is er juist op gericht dat de monumentenzorg geen belemmering vormt bij nieuwe ontwikkelingen, maar dat de cultuurhistorie als inspiratiebron wordt gebruikt en dat door "behoud door ontwikkeling" een positieve bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van onze omgeving.

De Modernisering Monumentenzorg berust op drie pijlers

Voor de volledige beleidsbrief, klik hier
 
 

pijler 1: Cultuurhistorische belangen meewegen in ruimtelijke ontwikkelingen


De Modernisering Monumentenzorg is er op gericht om meer gebiedsgericht te gaan werken en minder alleen objectgericht. Voor een goede ruimtelijke ordening dient een integrale afweging plaats te vinden van alle belangen. Cultuurhistorie is één van die belangen.  Het besluit op de ruimtelijke ordening is daarom aangepast. In 2010 is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen  rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Om dit te kunnen doen dienen ter voorbereiding van bestemmingsplannen deze waarden te worden geïnventariseerd en geanalyseerd. Dat betekent dat een cultuurhistorische waardenkaart moet worden opgesteld. Op deze kaart worden niet alleen de (mogelijke) monumenten (rijks- gemeentelijke en archeologische) en beeldbepalende objecten aangegeven die er op het gemeentelijk grondgebied aanwezig zijn, maar gaat het om alle cultuurhistorie, dus ook de historische structuren en lijnen in het landschap en de kenmerkende elementen hierin. De cultuurhistorische waardenkaart betreft een inventarisatie en analyse (wat heb ik allemaal?). Deze dient feitelijk gevolgd te worden door een cultuurhistorische beleidskaart (wat wil ik er mee?), die op zijn beurt weer de onderlegger vormt voor het bestemmingsplan.

Zie verder ook onder Monumenten bij Handreiking Erfgoed en Ruimte. Voor een link hiernaartoe, klik hier.

 

pijler 2: Krachtiger en eenvoudiger regelgeving


Deze pijler van de MoMo is erop gericht dat er kortere procedures komen, minder regels en  structureel meer financiële  middelen voor het duurzaam instandhouden van rijksmonumenten.

De 50-jarengrens voor Rijksmonumenten zal komen te vervallen. De aanvraag voor een BRIM-subsidie wordt vereenvoudigd. Verder zullen een aantal ingrepen bij monumenten vergunningsvrij worden en zal niet meer voor alle aanvragen bij rijksmonumenten de lange procedure in de Wabo van 26 weken worden doorlopen, maar wordt deze verkort naar de reguliere procedure van 8 weken.

Voor meer informatie zie bij Wetgeving, klik hier.

 

pijler 3: Herbestemmen van monumenten die hun functie verliezen


Steeds meer oude gebouwen verliezen hun functie. Het betreft vooral kerken, industriële complexen, scholen, agrarische bebouwing. Door leegstand treedt er verval op. Dit kan grote schade betekenen voor de cultuurhistorische waarde van deze objecten en complexen. Door deze te herbestemmen kan dit worden tegengegaan. Om herbestemming en herontwikkeling te stimuleren komt er een financiële bijdrage voor het  wind- en waterdicht maken van leegstaande gebouwen en objecten tijdens de planvormingsfase. Ook komt er een plankostenregeling.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft daarom in 2010 een Nationaal Programma Herbestemming in het leven geroepen. Voor meer informatie over het Nationaal Programma Herbestemming, klik hier.