Steunpunt Archeologie en Monumenten Utrecht

Monumenten


10 uitgangspunten voor het omgaan met monumenten


'10 uitgangangspunten voor omgaan met monumenten' is bedoeld als handleiding voor gemeentelijke monumentencommissies in gemeenten die de ambitie hebben een duurzaam en vooruitstrevend monumentenbeleid te voeren. Ook is het bedoeld voor de eigenaar/opdrachtgever om inzicht te krijgen in de criteria die een rol spelen bij het beoordelen van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor monumenten.Waar kijkt een monumentencommissie naar? Wat zijn de punten waarop een aanvraag wordt beoordeeld? Waar moet je op letten bij het willen wijzigen van een monument? '10' is een project van de werkgroep Monumentenpublicaties van de Federatie Welstand. Hieraan heeft ook Welstand en Monumenten Midden Nederland meegewerkt, waar het Steunpunt Archeologie en Monumenten Utrecht (STAMU) onder valt.
De digitale versie van de publicatie is hier te downloaden.

 

Rijksmonumenten, het Monumentenregister


Van rijkswege wettelijk beschermde, onroerende monumenten zijn ingeschreven in het ingevolge de Monumentenwet vastgestelde Monumentenregister (artikel 1 MW 1988). Het Monumentenregister is te vinden op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Voor het zoeken van een object in dit register is het adres (postcode) gewenst.

De omschrijvingen van de rijksmonumenten worden gebruikt bij de beoordeling van wijzigingen aan het monument.

Voor een directe toegang tot het Monumentenregister klik hier.

 

Gemeentelijke monumenten


De gemeente heeft sinds de decentralisatie van de bevoegdheden door de wijziging van de Monumentenwet in 1988 de mogelijkheid om zelf monumenten aan te wijzen. Deze “gemeentelijke monumenten” onderscheiden zich van de rijksmonumenten, doordat hierbij het locale belang van grote waarde wordt geacht (in tegenstelling tot rijksmonumenten waarbij het nationale belang leidend is). Het zijn objecten die een representant vormen van de plaatselijke ontwikkelingsgeschiedenis en dragers zijn van de cultuurhistorie van de gemeente. Zij vormen het cultureel erfgoed van de gemeente en bepalen in belangrijke mate de identiteit van de plek of het gebied.

Sinds 2009 is iedere gemeente verplicht om een monumentenerordening/erfgoedverordening te hebben. In de monumenten-/erfgoedverordening wordt niet alleen de aanwijzing van gemeentelijke monumenten geregeld, maar ook de bescherming hiervan. Ook dient iedere gemeente "een commissie van onafhankelijke deskundigen in te stellen" (artikel 15 van de Monumentenwet 1988), oftewel een onafhankelijke monumentencommissie. Zie hierover verder onder het kopje Handreiking gemeentelijke monumentencommissie.

De VNG heeft een modelerfgoedverordening opgesteld. Klik hier voor de modelerfgoedverordening.

Zie ook op de pagina over wetgeving 

 

Handreiking gemeentelijke monumentencommissie


Artikel 15 van de Monumentenwet 1988 luidt:

“De gemeenteraad stelt een verordening vast waarin ten minste de  inschakeling wordt geregeld van een commissie op het gebied van de monumentenzorg die burgemeester en wethouders adviseert over aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 11. Van de commissie maken geen deel uit leden van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente. Binnen de commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.”

De VNG heeft samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Federatie Welstand een handreiking opgesteld voor gemeentelijke monumentencommissies. Deze handlreiking heeft tot doel om de kwaliteit van de gemeentelijke monumentencommissie te stimuleren en het functioneren van de monumentencommissie te verbeteren en aan te passen aan de eisen die de gewijzigde Monumentenwet sinds 2009 stelt.

Voor de Handreiking gemeentelijke monumentencommissie, klik hier

 

Aanwijzingsprocedure gemeentelijke monumenten


Sinds de wijziging van de Monumentenwet in 1988 is de gemeente bevoegd om eigen gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Dit zijn objecten die vanwege hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap en/of cultuurhistorische waarde van  belang worden geacht voor de gemeente.

Om gemeentelijke monumenten te kunnen aanwijzen dient eerst een inventarisatie gehouden te worden van het aanwezige gebouwde culturele erfgoed. Dit kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld op basis van de lijst met MIP panden (een lijst met objecten gemaakt vanwege het Monumenten Inventarisatie Project, gemaakt rond 1990). Of met het SPOU boekje (gele boekje, Monumenten Inventarisatie Provincie Utrecht)  als uitgangspunt. Ook kan de plaatselijke historische kring of een andere particuliere organisatie op het gebied van de monumenten om inbreng gevraagd worden vanuit hun kennis van het gebied, van de bouwkunst en van de locale geschiedenis. Een rondgang door de gemeente met deskundigen behoort veelal  bij de inventarisatiefase.

Na deze inventarisatie volgt de selectie voor de gemeentelijke monumentenlijst. Dit gebeurt aan de hand van vooraf door de gemeente opgestelde selectiecriteria. De gemeentelijke monumentencommissie, als onafhankelijk en deskundig adviesorgaan van de gemeente, is hiervoor de aangewezen instantie om een weloverwogen en deskundig advies te geven aan de gemeente over welke objecten wel of niet mogelijk in aanmerking komen voor aanwijzing tot gemeentelijk monument. Deze selectie kan ook voorafgegaan zijn door een voorselectie die is gedaan door een deskundig bureau of een afvaardiging van de monumentencommissie. De selectie kan op verschillende manieren gebeuren. Vaak hoort hier ook een rondgang door de gemeente bij met bijvoorbeeld een bezoek aan de twijfelgevallen.

Vervolgens dienen van de geselecteerde objecten redengevende beschrijvingen te worden gemaakt. Dit zijn beschrijvingen van het objecten waarin de reden tot aanwijzing als gemeentelijk monument wordt gemotiveerd. Hierin dient aangegeven te worden in hoeverre de objecten voldoen aan de gehanteerde selectiecriteria. In vrijwel alle gevallen betekent dit dat beschreven wordt wat de architectuurhistorische, stedenbouwkundige (ensemble) en cultuurhistorische waarden zijn van het object en hoe zeldzaam of gaaf het object is. Ook dient aangegeven te worden wat onder de bescherming valt en wat van ondergeschikt belang is. Naar aanleiding van de gemaakte redengevende beschrijvingen dient opnieuw bekeken te worden of de objecten in aanmerking komen voor plaatsing. Het kan zijn dat door het nadere onderzoek blijkt dat objecten toch niet voldoende waarden bezitten om geplaatst te kunnen worden.

De selectie resulteert in een voorlopige gemeentelijke monumentenlijst. Deze heeft geen officiële juridische status. De objecten zijn hiermee nog niet tegen sloop beschermd. Wel kan deze gebruikt worden bij de realisatie van een cultuurhistorische waardenkaart. Ook kan deze nuttig zijn bij het maken van een bestemmingsplan (door middel van dubbelbestemming aangeven van objecten met cultuurhistorische waarde). 

Gedurende het gehele traject van de inventarisatie, de selectie en het maken van de redengevende omschrijvingen is het van groot belang dat gelet wordt op de communicatie naar de burgers toe. Het is belangrijk dat de burgers (mogelijk  eigenaren van toekomstige gemeentelijke monumenten) tijdig op de hoogte zijn van wat er gebeurt, vooral als het gaat om een rondgang door de gemeente en/of het bezoeken van de objecten voor het maken van een redengevende omschrijving.

Op basis van deze selectie en voorlopige lijst kan de officiële jurische aanwijzingsprocedure worden gestart. Deze is vastgelegd in de gemeentelijke monumentenverordening. 

Aangezien het per gemeente kan verschillen hoe deze procedure verder het beste kan worden doorlopen (afhankelijk van de wensen en het beleid van de gemeente) biedt het STAMU de mogelijkheid om in een gesprek te komen tot een op maat gesneden stappenplan. U kunt hiervoor contact opnemen met het STAMU, zie de pagina contact.

 

Brochure "Toekomst voor boerderijen"


De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft als eerste in de reeks "Toekomst voor ..." een handreiking uitgegeven over de uitgangspunten bij het omgaan met historische boerderijen. De brochure behandeld vragen als "wat kunnen gemeenten doen om de ontwikkeling en herbestemming van agrarisch erfgoed te ondersteunen? Welke stappen met een eigenaar zetten om tot een goed verbouwingsplan te komen? Hoe om te gaan met de wensen voor meer licht, woningsplitsing en herinrichting van het erf, zodanig dat met respect wordt omgegaan met de historie?" Ook biedt de brochure handige tips, praktijkvoorbeelden en informatie over de wet- en regelgeving en de subsidiemogelijkheden.

De brochure is in gedrukte vorm aan te vragen bij het STAMU door een mail te sturen met uw naam en adres naar info@stamu.nl   Ook is de brochure te downloaden, klik hier 

 

Brochures "Een toekomst voor ..."


In dezelfde reeks als de brochure over "toekomst voor boerderijen" zijn door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nu ook een brochures uitgegeven over verschillende andere onderwerpen zoals: kerken, kasteelruïnes, molens, kloosters, groen, watretorens. Klik hier voor een directe link naar de site van de RCE met de digitale versies van alle brochures in deze reeks.  

 

Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek


De bouwhistorische waarde van een object en zijn onderdelen vormt de basis voor de besluitvorming in het ontwerpproces bij ontwikkelingen. Ook bij de beoordeling van bouwplannen is het van belang om de waarde van het geheel en de diverse onderdelen te kennen, zodat men weet wat behouden dient te blijven en wat mogelijkheden biedt voor aanpassingen. Om deze waarden te weten te komen is een bouwhistorisch onderzoek nodig. Niet in alle gevallen is dit bij de beoordeling van bouwplannen een vereiste (bijvoorbeeld niet bij kleinschalige ingrepen aan overduidelijk niet historische onderdelen), maar de Wabo biedt de mogelijkheid dat hierom gevraagd wordt (door de gemeente/monumentencommissie) in het kader van het verzoek tot het indienen van aanvullende gegevens.

Voor het juist uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek zijn richtlijnen opgesteld waaraan dit onderzoek moet voldoen. Deze zijn te vinden op de site van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Voor meer informatie klik hier.