Buitenplaatsen & landgoederen

De provincie Utrecht telt vele buitenplaatsen en landgoederen. Dat komt omdat in de 17e eeuw de rijke burgers uit onder andere Amsterdam de stad met haar drukte en stank ontvluchten om de zomermaanden in de natuur door te brengen. Ze kochten een stuk grond, bij voorkeur langs een rivier of een doorgaande weg, en vestigden daar hun eigen koninkrijkje. Veelal werden er prachtige landhuizen opgericht of bestaande kastelen verbouwd en formele tuinen in Franse stijl werden erbij aangelegd. De buitenplaatsen werden verbonden met de doorlopende hoofdwegen met statige bomenlanen. Vanaf de 18e eeuw veranderde de formele tuinaanleg in de zwierige en grillige natuurlijke vormen van de Engelse landschapsstijl. 
Naast het aangename kon een buitenplaats ook iets opbrengen. Er werden boomgaarden en moestuinen bij aangelegd. Bij landgoederen kregen de uitgestrekte bijbehorende gronden een agrarische functie en werd deze veelal verpacht aan boeren. De provincie Utrecht die overwegend kaal uit de tijd van de veenontginning was gekomen werd vol geplant met productiebossen op de landgoederen. Daar heeft een groot deel van de provincie nog steeds haar bossige karakter aan te danken.

Buitenplaatsen en landgoederen vormen vaak qua historische achterliggende gedachte en opzet een complex en samenhangend ensemble van interieur, gebouw, aanleg, functies en gebruik. Bij ontwikkelingen is het van belang dat dit goed in kaart wordt gebracht en dat de essentie en het karakter van het geheel niet aangetast wordt. Voor gemeenten is de uitvoering van hun wettelijke taken op het gebied van buitenplaatsen en landgoederen erg ingewikkeld en is het lastig om zelf voldoende expertise in huis te hebben. Het STAMU besteedt in samenwerking met de Provincie Utrecht en het PUB regelmatig aandacht aan het onderwerp om de deskundigheid te bevorderen.

Voor de Provincie Utrecht vormen de gebieden met buitenplaatsen een belangrijk onderdeel van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. De Provincie onderscheidt dat in 11 verschillende buitenplaatszones, die allen beschermd zijn middels de PRV en straks de Omgevingsverordening. Op basis van instructieregels van de Provincie moeten gemeenten een beschermend beleid formuleren en dat verankeren in hun omgevingsbeleid- en regels. De gemeenten kunnen daarbij gebruik maken van de Buitenplaatsenbiotoop en moeten daarbij de Leidraad behoud door ontwikkeling buitenplaatszones hanteren. Meer informatie daarover is hier te vinden.

De landelijke organisatie SKBL biedt veel informatie over buitenplaatsen en landgoederen.
Daarnaast biedt het Platform Utrechtse Buitenplaatsen een netwerk- en overlegmedium tussen buitenplaats- en landgoedeigenaren, gemeenten en andere betrokkenen in de provincie Utrecht.